Gouden Penning

De Academie overhandigt jaarlijks een Gouden Penning aan een persoonlijkheid die voor het brede publiek een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de aanmoediging en de verspreiding van de wetenschap en van de kunst.

De Academie beslist zelf wie ze voordraagt (men kan zich niet kandidaat stellen voor deze onderscheiding).

Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt.
Frits van Oostrom

Frits van Oostrom (°1953) is neerlandicus-mediëvist en hoogleraar te Utrecht. Zijn onderzoek beweegt zich op het kruispunt van literatuur en geschiedenis. Al zijn boeken hebben de ambitie om zowel de wetenschap vooruit te helpen als een breed publiek te boeien. Van Oostroms actieradius als wetenschapper reikt van de ivoren toren tot de markt. Hij werd bekroond met zowel wetenschappelijke als literaire prijzen, waaronder de Spinozaprijs (1995) en de AKO Literatuurprijs (1996). Dit najaar verscheen Nobel Streven, waarin hij de geschiedenis van Jan van Brederode virtuoos reconstrueert en vervat in een meeslepend verhaal.

Naast zijn wetenschappelijke excellentie heeft Van Oostrom steeds uiting gegeven aan een sterke drang tot outreach naar een breed publiek.  “Zelden heeft een literator de oude Vlaamse Letterkunde met zoveel deskundigheid en waardering beschreven als Frits van Oostrom”, aldus KVAB-voorzitter Joos Vandewalle, “Hij deed dit met een keizerlijk Nederlands in zijn boeken over de Nederlandstalige letterkunde door de Middeleeuwen heen.”


Alain Platel

Alain Platel (° 1956, Gent) is van opleiding orthopedagoog, als regisseur autodidact. Hij richt met een aantal vrienden en familieleden in 1984 een groepje op, dat nadien les ballets C de la B wordt genoemd en zou uitgroeien tot een succesvol dansgezelschap in binnen- en buitenland. Zoals geen ander hoort en ziet Platel de schoonheid van het afwijkende, het dissonante. Centraal in zijn beeldtaal staat de mens, hunkerend om opgenomen te worden in een groep en tegelijk om erbovenuit te stijgen. In zijn voorstellingen versmelten muziek, dans, taal, circus en komt de wereld binnen.

“Alain Platel heeft de bakens verzet in het danstheater,” aldus KVAB-voorzitter Hubert Bocken, “Hij is een bron van inspiratie voor de aantredende generatie. In zijn carrière ontwikkelde hij een unieke danspoëzie waarmee hij behoort tot de internationale top. Zijn werk is steeds vernieuwend maar blijft toegankelijk voor een breed publiek.”


Sigiswald Kuijken
Sigiswald Kuijken is een grootmeester van de barokmuziek en hij toonde zich vereerd en dankbaar met de onderscheiding. "Sigiswald Kuijken is in muzikale kringen bekend als de man die met zijn verfrissende kijk de authentieke uitvoeringspraktijk van de barokmuziek in ere heeft hersteld", zei professor Hubert Bocken, voorzitter van de KVAB."Onder meer herintroduceerde hij de in vergetelheid geraakte instrumenten viola da gamba en de cello de spalla, beide schouderinstrumenten. Het door hem opgericht barokensemble La Petite Bande is een begrip in kringen van barokmuziek, geniet al jaren een wereldwijde faam en heeft al een honderdtal cd's mogen opnemen."Sigiswald Kuijken was verheugd met de Gouden Penning. "Dit stemt mij tot grote dankbaarheid", zei de musicus. "Het brengt ook in herinnering dat muziek haar rechtmatige plaats heeft tussen de kunsten en wetenschappen. In het huidige maatschappelijke klimaat is er een bres geslagen tussen de kunsten en de wetenschappen maar beiden hebben nochtans een gemeenschappelijke ondergrond. Gelukkig zijn er nog instituten zoals de Academie om ze onder een dak te brengen."

Marleen Temmerman

Een nooit aflatende strijd voor vrouwenrechten en een betere gezondheid

Naast  onderzoekster, gynaecologe en politica is Marleen Temmerman auteur van tal van wetenschappelijke studies en boeken. Tevens is zij een vurig pleitbezorgster van vrouwenrechten. Altijd is ze in de weer om vrouwenrechten te verdedigen of een duwtje vooruit te geven, zij het op topbijeenkomsten in Washington of Genève, zij het in veldziekenhuizen op de stoffige vlaktes rond Mombasa, Kenia. “Het is mijn diepste overtuiging dat een wetenschapper niet iemand is wiens activiteit beperkt mag blijven  tot de afzondering van het laboratorium. Veeleer moet hij zich  afvragen, hoe hij de verworven kennis ten dienste kan stellen van de samenleving, zodat deze effectief bijdraagt tot een betere levenskwaliteit”, zegt ze zelf over haar engagement.

Als professor geneeskunde leidde Marleen Temmerman de afdeling verloskunde en gynaecologie in het UZ Gent. Ze was ook politiek actief als senator van 2007 tot 2012 en binnen de IPU (Interparlementary Union) was ze hoofd van de adviesraad met betrekking tot Aids/HIV. In 1994 stichtte zij het ICRH (International Centre for Reproductive Health), een non-profit organisatie die ijvert voor een doeltreffende medische verzorging en begeleiding voor vrouwen in ontwikkelingslanden. Tevens superviseert de organisatie een opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld in Mombasa (Kenia).

Haar liefde voor Afrika bloeide op in 1987 na een telefoontje van professor Peter Piot, laureaat van de Gouden Penning 2002 en toenmalig hoofd van de afdeling Microbiologie in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Hij stelde haar voor om een jaar in Afrika te werken als lid van een team dat onderzoek verrichtte naar HIV en seksueel overdraagbare aandoeningen. Kenia kroop onder haar huid en liet haar nooit meer los. In België terruggekeerd, dacht ze na over een continuering van haar Afrikaanse ervaring. Ze dacht aan een initiatief dat  het HIV-onderzoek in een stroomversnelling kon brengen en de leefomstandigheden van moeders en vrouwen in de derde wereld kon verbeteren. Zo ontstond in Gent het IRCH (International Centre for Reproductive Health), een multidisiciplinaire organisatie, bestaande uit artsen, sociale wetenschappers, juristen en geëngageerde mensen, die het opnemen voor een betere gezondheid van de kwetsbaarsten onder ons, zijnde vrouwen en kinderen. Ook de verdediging van hun rechten werd in de doelstellingen opgenomen. Eerst actief in België breidde het ICRH weldra uit naar andere Europese landen, Kenia, Mozambique, Rwanda, Zuid-Afrika, China en Centraal Amerika. Naast wetenschappelijk onderzoek zijn de aandachtspunten van het IRCH de uitbouw van hulpcentra, dienstverlening en het verstrekken van advies over thema’s als HIV/Aids, overdraagbare seksuele aandoeningen, contraceptie en veilig moederschap. Ook de genderproblematiek, geweld op vrouwen, verkrachting, inbreuken op vrouwenrechten, eremoorden, gedwongen huwelijken, genitale verminking en andere vormen van onderdrukking en ongelijkheid behoren tot het actieterrein van het IRCH.

Volgens Marleen Temmerman is haar hele strijd een traag vorderend proces van twee stappen vooruit, een achteruit. Maar al bij al loont de inspanning. Ze leidde tot het in gang zetten van een aantal richtlijnen en programma’s die wereldwijd een impact hebben of de gezondheid of het welzijn van vrouwen, kinderen en mannen.

“Ik kan onmogelijk de ogen sluiten voor sociaal onrecht”, verklaart ze zelf haar innerlijke drijfveer op haar website. “Niks is frustrerender dan een jonge vrouw, een pasgeboren baby in je armen te zien sterven, in de wetenschap dat ze gered hadden kunnen worden indien ze gewoon ergens elders in de wereld hadden geleefd. Wereldwijd sterft er elke twee minuten een vrouw bij de bevalling. Dat is 3 Boeings met 240 passagiers aan boord. Maar wie maalt om hen? Uiteindelijk dragen we met z’n allen een verpletterende verantwoordelijkheid voor dit onrecht. Dat wil ik aanklagen en er iets tegen doen. Dat is de reden waarom ik doe, wat ik doe, elke dag opnieuw.”


Jacques Rogge

Nil Volentibus Arduum (Niets is moeilijk voor hen die willen). Zo luidt de wapenspreuk van de pas afgetreden IOC-voorzitter Jacques Rogge, die op 11 maart 1993 tot Ridder in de Belgische adelstand werd verheven en wie tien jaar later, op 11 maart 2003, wegens verdienste, de adellijke titel van Graaf werd verleend. Eerst als orthopedisch chirurg en docent sportgeneeskunde aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel, dan als sportbeoefenaar en later en niet het minst als hoogste autoriteit van het Internationaal Olympisch Comité heeft hij de wapenspreuk in daden omgezet.

Omwille van zijn schitterende carrière als één van de meest invloedrijke ‘ambassadeurs’ op het wereldtoneel wordt Jacques Rogge vandaag gelauwerd met de Gouden Penning. Deze onderscheiding wordt door de Koninklijke Vlaamse Academie van België jaarlijks uitgereikt aan een persoonlijkheid die met zijn uitzonderlijke loopbaan Vlaanderen internationaal op de kaart heeft gezet.

De laureaat, Gentenaar van geboorte, studeerde geneeskunde aan de Universiteit Gent. Zijn doctoraatsdiploma vulde hij aan met een licentie in de sportgeneeskunde. De actieve belangstelling voor de sport was nooit ver weg. Als zeiler in de Finnklasse nam hij deel aan de Olympische Spelen in Mexico (1986), München (1972) en Montréal (1976). Hij werd zelfs wereldkampioen in het zeilen en behaalde tweemaal een tweede plaats in dezelfde discipline. Ook werd hij tien keer geselecteerd voor het Belgische rugbyteam.

Mister Clean

Later, na de actieve sportcarrière, toonde hij zich begaan met de olympische gedachte en werd hij tussen 1990 en 1992 voorzitter van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC). In dezelfde periode (1991) werd hij lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), waar hij zich verdienstelijk maakte binnen de Medische Commissie. Hij werd in 1994 vicevoorzitter van het IOC. In 2001 werd hij de 8ste voorzitter van hetzelfde IOC, in opvolging van de Spanjaard Juan Antonio Samaranch. Drie maanden geleden, op 10 september 2013, heeft Jacques Rogge in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires zijn mandaat doorgegeven aan zijn vicevoorzitter, de Duitser Thomas Bach. Onder zijn voorzitterschap vonden 3 Olympische Zomerspelen en 3 Olympische Winterspelen plaats.

Tot de belangrijkste verwezenlijkingen onder zijn IOC-voorzitterschap zijn te vermelden: de oprichting van de Youth Olympic Games, zijn weerstand tegen de druk om op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016) nieuwe sportdisciplines toe te laten en niet in het minst zijn strijd tegen doping in de sport, wedstrijdvervalsing en illegale gokpraktijken. De harde aanpak van het dopinggebruik in de sport leverde hem de bijnaam ‘Mister Clean’ op.

Als erevoorzitter van het IOC heeft hij nu ineens een zee van tijd voor zijn gezin en zijn kleinkinderen, al blijft hij de Olympische competitie nauwgezet volgen en blijft hij lobbyen voor meer sportopvoeding.

Onderscheidingen

Behalve zijn adellijke titels ontving Jacques Rogge diverse eredoctoraten, onder meer die van de Universiteit Gent, de Katholieke Universiteit Leuven, de Universiteit van Bakou, de Semmelweis Universiteit Budapest en de École Polytechnique Lausanne. Op 26 november 2012 werd hij benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau wegens zijn verdienstelijk werk in de sport en op 25 september 2013 overhandigde koning Filip hem het Grootkruis in de Kroonorde.


Herman Van Rompuy

Herman Van Rompuy: van Belgisch premier tot Europees president

Zeggen dat Herman Van Rompuy (64) perfect in dat profiel past, is een open deur intrappen. Sinds december 2009 bekleedt hij de functie van voorzitter van de Europese Raad, Europa’s hoogste ambt. Zijn mandaat loopt nog tot midden 2012.

Deze nieuwe Europese functie, ook wel de ‘president van de Europese Unie’ genoemd, was ingevoerd door het Verdrag van Lissabon. De president leidt het overleg van de Europese regeringsleiders. Samen met de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso zorgt hij voor de continuïteit van de werkzaamheden van de Europese Raad. Ook moet hij de Raad vertegenwoordigen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid. Eind augustus 2011 wilden de Duitse premier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy dat de president van de EU ook aan het hoofd stond van een ‘werkelijk Europese economische regering’, gevormd door de regeringsleiders en staatshoofden van de lidstaten van de Eurozone. Dat was niet bepaald een godsgeschenk in een periode dat de Euro en de Eurozone als gevolg van de financiële en de schuldencrisis onder grote druk zijn komen te staan. Als permanent voorzitter moet hij nu ook nog het delicate probleem proberen af te wenden, recent veroorzaakt door ‘belhamel’ Hongarije. Deze lidstaat uit het voormalige Oostblok dreigt een eigengereide, autoritaire koers te willen varen. De niet zo democratische grondwetshervormingen daar onder premier Victor Orban worden binnen de EU met argusogen gadegeslagen.

Aanvankelijk was de Britse ex-premier Tony Blair van de Labour Party getipt als de grote kanshebber voor het hoge Europese ambt. Maar de Christendemocraten die binnen het Europese parlement de grootste fractie hebben, prefereerden een kandidaat uit eigen rangen. Uiteindelijk haalden de socialisten bakzeil. Toenmalig premier Gorden Brown trok onder druk van de socialistische fractie binnen het Europese parlement de steun voor Blair in, ten voordele van Catherine Ashton die voor de EU als Hoog Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken werd aangesteld.

Toen in het najaar 2009 de naam Herman Van Rompuy steeds nadrukkelijker begon te circuleren, bleef de toenmalige premier van België, zelfverklaard voorstander van ‘de rustige vastheid’ bewust op de achtergrond. Over de ‘geruchten’ ondervraagd in de ministerraad antwoordde hij: “Als je niets vraagt en je bent een grijze muis, dan maak je een kans.” Later bleek hij voluit de steun te hebben gekregen van Bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy.

Zijn benoeming werd destijds door sceptici in Groot-Brittannië op smalende kritiek onthaald. Maar in een aantal Angelsaksische kranten die Herman Van Rompuy omwille van zijn interesse voor de Japanse dichtkunst met de bijnaam ‘Haiku Herman’ of ‘Haiku Prime Minister’ bedachten, werd zijn vaardigheid in het onderhandelen en het sluiten van compromissen in de verf gezet. Het zakendagblad Financial Times noemde hem een “gerespecteerd bemiddelaar en een eerder traditionele Atlantist met weinig ervaring in de buitenlandse politiek. Zijn aanleg voor het arrangeren van akkoorden in een verdeeld land als België lijkt dan weer een pluspunt voor de nieuwe functie van President van de Europese Unie.” In de Wall Street Journal (USA) klonk het: “Van Rompuy is erin geslaagd om een land als België met 6 parlementen en 50 ministers bij elkaar te houden. Als je weet hoe je België moet regeren, kan je zeker de EU leiden.”


Frank De Winne

Het stond in de sterren geschreven dat de Gouden Penning van de Academie ooit aan ruimtevaarder Frank De Winne zou worden uitgereikt. Het had in principe verleden jaar al gekund tijdens de openbare vergadering van 12 december 2009, maar die datum viel te kort bij de landingsdatum van de Sojoez TMA-15 ruimtecapsule op 1 december in de steppe van Kazachstan. Eerst moesten De Winne en zijn collega’s op krachten komen na een verblijf van zes maanden in het Internationaal ruimtestation ISS. Het langdurig toeven in een gewichtloze omgeving had hun spiermassa en beendergestel danig verzwakt.

Als er iemand voldoet aan de voorwaarden aan de doelstelling van de Gouden Penning, namelijk het bekronen van een persoonlijkheid die voor het brede publiek een belangrijke bijdrage leverde aan de aanmoediging en de verspreiding van de wetenschap, dan is Frank De Winne het zeker. Met twee ruimtemissies bezorgde hij ons land mondiale erkenning en waardering.


Dries Van Noten

Dries Van Noten bouwt aan zijn mode-imperium

Dat de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) een topcouturier met haar Gouden Penning bekroont, ligt niet zo direct voor de hand. Soms wordt de KVAB al eens verweten een behoudend instituut te zijn, gekluisterd door tradities. Met de keuze van Dries Van Noten bewijst ze het tegendeel: is een designer niet in wezen trendsettend en een breker van tradities? Bovendien komt de Academie perfect tegemoet aan de selectienorm, die ze hanteert voor de Gouden Penning: “een persoon bekronen die voor het brede publiek een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de aanmoediging, de beoefening en de verspreiding van de wetenschap en van de kunst”. Inderdaad, eerst als lid van de ‘Zes van Antwerpen’, later als individueel designer, heeft Dries van Noten ons land op de wereldkaart van de mode gezet.

Dries van Noten behoort tot de derde generatie van een kleermakersfamilie in Antwerpen en was als het wa


Robert Cailliau

In 1974 werd burgerlijk werktuigkundig en elektrotechnisch ingenieur Robert Cailliau onderzoeksmedewerker bij het Europees Laboratorium voor Deeltjes Fysica (CERN) te Genève. In dit onderzoekscentrum voor deeltjesfysica bevindt zich de 27 km lange deeltjesversneller (Large Hadron Collider, kort LHC) die onlangs op een minder fraaie manier in het nieuws kwam toen hij bij het proefdraaien als gevolg van een elektrische panne uitviel.
Maar met de ontwikkeling van deze supermachine, waarvan gehoopt werd dat ze nieuwe inzichten zou verschaffen in de diepere structuur en het ontstaan van ons heelal, heeft Robert Cailliau , die over zichzelf zegt dat de interactie tussen mens en machine hem al van kindsbeen af interesseert, geen uitstaans. Wel met de geboorte van het web (www) die teruggaat naar een interne behoefte binnen het CERN. Proefnemingen zoals die bij het CERN gebeuren, brengen natuurkundigen samen uit onderzoekscentra en universiteiten over de hele wereld. Daarna blijven ze met e


René Jacobs

Met René Jacobs bekroont de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten een Vlaams musicus die zich door de jaren heen heeft ontpopt als een artiest van wereldformaat. Als contratenor trad hij op in ‘s werelds belangrijkste concertzalen en operahuizen. Maar gaandeweg verwierf hij ook mondiale erkenning als dirigent van barokopera’s. En daar is zijn gedreven onderzoek naar het vergeten operarepertoire van de 17de en 18de eeuw niet vreemd aan. Hij is dus tegelijk wetenschapper en kunstenaar, een uitzonderlijke combinatie.

De muzikale carrière van René Jacobs begon op prille leeftijd toen hij zich als jongeling in zijn geboortestad Gent inschreef als zanger bij het koor van de St.-Baafskathedraal. Tijdens zijn studies klassieke filologie aan de Rijksuniversiteit Gent bleef de muziek hem begeesteren. Hij kreeg zangopleiding bij Louis Devos in het conservatorium van Brussel en bij Lucie Frateur in Den Haag. Zijn ontmoetingen met de gebroeders Kuijken, Gustav Leo


Jacques Wirtz

Soms wordt de naam Wirtz in één adem genoemd met André Le Nôtre (Versailles), William Kent (Chiswick House Gardens) en Lancelot Brown (Hyde Park in Londen). Landschapsarchitect Jacques Wirtz krijgt va

Ondertussen maken ook de zonen Martin en Peter deel uit van het tuinarchitectenbureau van hun vader en is wat oorspronkelijk bekend stond als het Atelier Wirtz uitgegroeid tot Wirtz International NV. Met zijn 60 medewerkers is de onderneming in België de grootste in haar soort. Typisch voor de Wirtz-aanpak is het totaalconcept, gaande van ontwerpen over uitvoeren tot onderhoud. Steeds wordt gestreefd naar een dialoog met en een perfecte harmonie tussen de architectuur, de sfeer van de omgeving en de tuin zelf.

Hét handelsmerk van Jacques Wirtz zijn de grassen, de bomen en vooral de buxushagen met hun wolken- of knobbelstructuur. “Dit is het stempel dat we gaandeweg hebben meegekregen door foto’s en publicaties in magazines allerhande” nuanceert zoon Martin, die benadrukt dat de Wirtz-architectuur continu evolueert en met haar tijd meegaat. Soberheid en eenvoud staan centraal als het moet. Bewijzen daarvan zijn de groene aankleding van de universiteitscampus UIA in Wilrijk, de UZA-tu


Ingrid Daubechies


Ingrid Daubechies (°1954, Houthalen) studeerde fysica aan de VUB, waar zij promoveerde tot doctor in 1980. Na gedurende twaalf jaar te hebben gedoceerd aan de VUB en laureaat te zijn geweest van de prestigieuze vijfjaarlijkse Louis Empainprijs voor Fysica (1984), verhuisde zij in 1987 naar de AT&T Bell Laboratories in de Verenigde Staten waar zij als wetenschappelijk stafmedewerker een autoriteit werd in de theorie van de wavelets. In 1991 werd haar een leerstoel aangeboden aan het departement Wiskunde van de Rutgers University en sinds 1993 is zij hoogleraar in de wiskunde en wiskundige toepassingen (computational mathematics) aan de universiteit van Princeton. Van 1997 tot 2001 was zij directeur van het Princeton Program in Applied and Computational Mathematics.

Ingrid Daubechies kreeg voor haar onderzoek talloze prijzen en eretitels. Zo was zij o.m. fellow van de John D. and Catherine T. MacArthur Foundation van 1992 tot 1997, werd zij verkozen tot lid van de American Academy of


Roger Raveel

In een interview n.a.v. de tentoonstelling die sinds 4 september in het Cobramuseum in Amstelveen (NL) aan zijn vroege werk was gewijd en die net vorige zondag ten einde liep, omschrijft Raveel zijn visie op schilderkunst aldus: "Ik zou willen dat de beschouwer zou kunnen praten met mijn schilderijen, dat hij erin zou kunnen stappen, zich er helemaal in thuis zou voelen, dat hij zelfs deelachtig zou worden aan mijn creatie". Met andere woorden: Raveel ziet de toeschouwer, het kunstwerk en hun omgeving als één geheel. Bij hem breekt het schilderij uit en verliest het zelfs zijn kader.

Onopvallend, maar wellicht meer dan welke kunstenaar van zijn generatie ook, verbindt Raveel zich hiermee met zijn tijd en ruimte. Na de kunstenaar ten dienste van instellingen en macht in het Ancien Régime, de kunstenaar in zijn ivoren toren in de 19de eeuw, de kunstenaar ten dienste van een principe of een idee in de eerste helft van de 20ste eeuw, plaatst Raveel kunstenaar, toeschouwer en werk op gelijke voet, alsof hij een de democratiserende maatschappij van zijn tijd bepaalde signalen wil geven, bijvoorbeeld de massa consumptie die alles voor iedereen bereikbaar maakt en massamedia. Precies op dit terrein is het duidelijk dat Raveel niet behoort tot de Cobrabeweging, waarmee hij zo vaak geassocieerd wordt, die de inspiratie louter put uit de fantasie.

Als tweede motief bij de toekenning van de gouden penning werd gesproken over de vernieuwde creativiteit. Consequent aan zijn visie op het kunstwerk als deel uitmakend van de omgeving – internationaal aangeduid met de Engelse term maar leenwoord uit het Frans ‘Environment’ – gebruikt Raveel alledaagse elementen, het liefst nog uit zijn dagelijkse omgeving: een fiets, zijn tuin, een huisdier. Om die relatie met tijd en ruimte nog te versterken maakt hij zelfs gebruik van reële voorwerpen, voor het eerst in 1952 met het aanbrengen met een plaatje aluminium op Zelfportret met een sigaret, later met een gordijn en zelfs een compleet venster met open raam, tot zijn beroemde kooi met levende duif (1962-1963). Het meest verstrengeld vinden we, als beschouwer, de kunstenaar, zijn werk en zijn omgeving terug in en rond zijn woning aan de Leiebocht van zijn geboortedorp Machelen. Naast dit accent op het reële maakt hij plaats voor de niet zichtbare werkelijkheid, het zo vaak voorkomende lege vierkant, symbool van dat wat ideaal, onvatbaar en niet tastbaar is. En zo uit Raveel zijn creativiteit op een weergaloze wijze; het spelen tussen het werkelijke en het geestesverruimende, in wisselende seizoenen en omstandigheden, globaal of in detail uitgewerkt, virtuoos of naïef, met uiteindelijk de invoering - als eerste ooit - van de spiegel als element waarmee de toeschouwer nog meer het kunstwerk penetreert, maar waarbij tegelijk het tastbare onstoffelijk wordt of de realiteit ontastbaar.

Tal van auteurs uit het Manteaufonds zouden al snel gecanoniseerd raken en het prestige van de uitgeverij groeide tot ver buiten de landsgrenzen. Manteau-auteurs staan vandaag de dag dan ook op de leeslijst van menig scholier en worden bestudeerd aan menige universiteit. Momenteel loopt aan de vier grote Vlaamse universiteiten i.s.m. het AMVC-Letterenhuis een wetenschappelijk onderzoek (FWO-Vlaanderen) naar de geschiedenis van uitgeverij Manteau. Het florissante bedrijf drukte immers onmiskenbaar haar stempel op de Vlaamse literatuurgeschiedenis.


Angèla Manteau

Angèle Georgette Ghislaine barones Manteau, intussen 92, volgt nog steeds aandachtig het reilen en zeilen in het boekenvak en velen doen beroep op haar expertise. Dat is ook niet verwonderlijk: Angèle Manteau mag zich de belangrijkste Vlaamse literaire uitgever van de 20ste eeuw noemen.

Naar haar humaniora verliet Angèle Manteau in september 1928 haar geboorteplaats Dinant om aan de ULB scheikunde te studeren. Ze vond bij toeval een kaper bij de Nederlandse familie Greshoff waar literator en criticus Jan Greshoff allerlei collega-schrijvers ontving. Het verblijf bij 'de Gressen' betekende een eerste contact met de Nederlandstalige literaire wereld. na bemiddeling van Gresshoff aanvaardde Angèle Manteau, tegen een uiterst bescheiden vergoeding, een baantje bij uitgever A.A.M. Stols. In het voorjaar 1932 keerde de door financiële zorgen geplaagde Stols terug naar Maastricht om daar zijn uitgeverij voort te zetten. Manteau, inmiddels gefascineerd door het boekenvak, stelde hem voor de zaak in Brussel over te nemen. Stols aanvaardde en Manteau werd eigenaar van een importboekhandel. Haar uitgeversactiviteiten begonnen voorzichtig in 1935, maar de eigen zaak werd met financiële hulp van de Nederlandse uitgever H.P. Leopold officieel opgericht op 1 april 1938. In 1943 kwam daar de Franstalige zusteronderneming Les Editions Lumière bij. Deze laatste bracht voornamelijk zeer verzorgde bibliofiele edities uit van internationaal gereputeerde auteurs als Paul Eluard, Elsa Triolet, Colette, Clara Malraux, Edgar Allan Poe en Daniel Defoe.

Van meet af aan wilde Manteau non-fictie uitbrengen waarvoor ze de populaire Basis-reeks startte. Daarnaast namen literaire vertalingen een belangrijke plaats in het fonds in. Zo verschenen onder imprint Manteau o.m. de eerste Nederlandse vertalingen van de succesrijke Italiaanse schrijver Curzio Malaparte en van de controversiële Franse schrijfster Françoise Sagan. Ook het werk van gevestigde Vlaamse auteurs gaf Manteau uit, zoals o.m. Emmanuel de Boms roman Wrakken, het Verzameld Werk van Karel van de Woestijne en August Vermeylen en het vuistdikke Het gevecht met de engel van Herman Teirlinck. Tijdens de oorlog gaf ze in licentie het werk uit van Gerard Walschap en Willem Elsschot. Daarnaast zocht Angèle Manteau voortdurend contact met jong talent, bijvoorbeeld door de oprichting en uitgave van het literaire jongerenblad Werk (1939). Dat project mislukte, wat echter niet wegnam dat auteurs zoals Louis Paul Boon, Hugo Claus, Piet van Aken, Hubert Lampo, Johan Daisne, Valère Depauw, Herwig Hensen en Bert Decorte hun weg vonden naar het Brusselse uitgevershuis. Later zouden daar schrijvers als Jef Geeraerts, Ward Ruyslinck, Jos Vandeloo, Walter van den Broeck, Daniël Robberechts, Paul Snoek, Jeroen Brouwers, Pjeeroo Roobjee, Clem Schouwenaars, Chris Yperman en vele anderen zich voegen. Vaak kwam dat talent boven dankzij de L.J. Krynprijs, die Manteau voor het eerst uitreikte in 1942.

Tal van auteurs uit het Manteaufonds zouden al snel gecanoniseerd raken en het prestige van de uitgeverij groeide tot ver buiten de landsgrenzen. Manteau-auteurs staan vandaag de dag dan ook op de leeslijst van menig scholier en worden bestudeerd aan menige universiteit. Momenteel loopt aan de vier grote Vlaamse universiteiten i.s.m. het AMVC-Letterenhuis een wetenschappelijk onderzoek (FWO-Vlaanderen) naar de geschiedenis van uitgeverij Manteau. Het florissante bedrijf drukte immers onmiskenbaar haar stempel op de Vlaamse literatuurgeschiedenis.


Peter Piot

Dr. Peter Piot werd in 1995 verkozen tot Executive Director van het Joint United Nations Programme on AIDS en Vice-Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties op basis van zijn academische en wetenschappelijke carrière, die geconcentreerd is op AIDS, maar ook andere seksueel overdraagbare aandoeningen viseert en de algemene gezondheidsproblematiek van de vrouw in de Derde Wereld.

Op zijn gezag, in eerste instantie als wetenschapper, maar ook als leidinggevend bestuurder en in zekere mate zelfs als activist, boog dr. Piot de aandacht van de wereldleiders af naar AIDS en plaatste de epidemie binnen de context van de sociale en de economische problemen van de Derde en de Vierde Wereld en de globale (in de derde en de vierde betekenis van het woord) veiligheid van de mensheid.

Onder zijn leiding groeide UNAIDS uit tot de voornaamste spreekbuis van de wereldwijde strijd tegen AIDS, met een oproep tot een mondiale aanpak van de ziekte en om de steun voor de strijd ertegen op te drijven. Dit bracht 8 organisaties van de UNO samen rond een gemeenschappelijke agenda rond AIDS, wat op zich de speerpunt werd tot de hervorming van de Verenigde Naties.

Dr. Piot behaalde zijn medisch diploma aan de Gentse universiteit (1974) en een Ph.D. in microbiologie aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceerde microbiologie en publieke gezondheid aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen, de VUB en de universiteiten van Lausanne en Nairobi. Hij verrichtte ook onderzoek aan de universiteiten van Washington en Seattle.

Onmiddellijk na het behalen van zijn diploma in de geneeskunde, lag dr. Piot in 1976 mee aan de basis van de ontdekkingen van het Ebolavirus. Midden jaren '80 raakte hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de AIDS-problematiek als lid van het Belgisch Nationaal Comité voor AIDS en diverse Europes Comité voor Volksgezondheid en AIDS. IN 1983 was hij medeoprichter van de eerste Belgische NGO met speciale aandacht voor AIDS, die later aan de basis lag van de eerste AIDS hotline van het land. Hij bepaalde ook de AIDS-agenda van een aantal internationale agentschappen, fondsen en NGO's. Als professor in de microbiologie aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde van 1982 tot 1992 was het onderzoek van dr. Piot gericht op de epidemiologie en de virologie aan het HIV en op de preventie van de besmetting door HIV wereldwijd, maar vooral in de Derde Wereld met de primordiale rol van de vrouw in de hygiëne en bij de verspreiding van ziekten. Dr. Piot zette een reeks samenwerkingsprojecten op touw in Afrika, zoals het samenwerkingsverband voor AIDS-onderzoek tussen de universiteiten van Nairobi, Manitoba en Washington (met zetel in Nairobi) en het SIDA-project in Kinshasa, Zaïre. In samenwerking met het US Minestry of Health en de US Centers for Desease Control en de National Institutes of Health, was het SIDA-project de eerste internationale organisatie rond AIDS in Afrika, die nu alom wordt erkend als de basis voor onze kennis van de HIV-besmetting in Afrika en de voorkoming ervan. In 1992 vervoegde dr. Piot het Global Programme on AIDS van de WHO in Genève als geassocieerd directeur, met verantwoordelijkheid over het onderzoek naar het HIV en de strategie bij de bestrijding van de epidemie.

Dr. Piot werd geboren in 1949, is auteur van 12 boeken en meer dan 500 artikels. Hij kreeg talloze prijzen voor zijn wetenschappelijke en maatschappelijke verdiensten en werd gehonoreerd met de titel van baron door Koning Albert II in 1995. Hij is lid van het Institute of Medicine van de Academie voor Wetenschappen in de VS, hij is lid van de Belgische Academie voor Geneeskunde en Fellow van het Royal College of Physicians in Londen.


Karel Van Miert

Karel Van Miert (° 1942, Oud-Turnhout) werd licentiaat Diplomatieke Wetenschappen aan de Universiteit van Gent (1966). Hij volgde postuniversitair onderwijs aan het Centre Européen Universitaire de Nancy (Frankrijk).

Het begin van zijn carrière is gewijd aan onderzoek en wetenschap. Van 1968 tot 1970 werkt hij bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Hij was assistent in Internationaal Recht (1971-1973) en parttime docent Europese Instellingen aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij heeft gewerkt voor een aantal Europese Commissarissen: in 1968 voor Sicco Mansholt en in 1973 als lid van het kantoor van Henri Simonet, vice-president van de Europese Commissie.

Karel Van Miert begon zijn politieke carrière in 1976 als International Secretaris bij de Belgische Socialistische Partij (BSP/PSB). Een jaar later werd hij hoofd van het kantoor van Willy Claes, Minister van Economische Zaken. Hij was een decennium lang voorzitter van de Socialistische Partij, van 1978 tot 1988, en werd vice-voorzitter van de Confederatie van Socialistische Partijen van de Europese Unie in 1978. Van 1986 tot 1992 was Van Miert vice-president van de Socialistische Internationale. Ondertussen werd hij in 1980 Minister van Staat.

Hij was lid van het Europees Parlement (1979-1985), en nadien van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. In 1989 was Karel Van Miert als lid van de Europese Commissie, ondervoorzitter Jacques Delors, verantwoordelijk voor Transport, Krediet en Investeringen en Consumentenbeleid. In 1992 was hij tevens bevoegd voor milieuzaken

(ad interim). Van 1993 tot eind 1999 was Van Miert, verantwoordelijk voor het Europees Concurrentiebeleid. Tevens was hij in 1993-1994 vice-president van de Europese Commissie.

Karel Van Miert doceert de cursussen Ontstaan en ontwikkeling van de Europese Unie aan de VUB en de UIA, Grondige studie van Europese vraagstukken aan de VUB, Le droit de la concurrence aan de UCL en geeft volgende seminaries: aan het Europa College over Actuele Europese problemen, aan het Europees Universitair Centrum te Firenze over concurrentieaangelegenheden. Was tevens titularis van de Jacques Delors Leerstoel voor het academiejaar 1999-2000 in het kader van de universitaire samenwerking ALMA.

Hij gaf in de loop der jaren lezingen en seminaries aan universiteiten en business schools in Europa en in de Verenigde Staten (o.m. Harvard Law School, Harvard Business School, MIT, Wharton Business School, Columbia University, Fordham Law School ..).

Hij ontving volgende prijzen en onderscheidingen: Ludwig-Erhard-Preis für Wirtschafts-publizistik, 1988; European of the Year 1999, prijs van de Kangaroo Group; Deutsche Mittelstandspreis, 1999

Sinds 1 april 2000 is professor Karel Van Miert President van Universiteit Nyenrode (Nederland). Momenteel is Karel Van Miert lid van de Raden van Commissarissen van Royal Philips Electronics NV, Wolters Kluwer NV, RWE AG and DHV. Hij is lid van het Bestuur van Agfa Gevaert en de Persgroep. Verder is hij lid van de Adviesraden van Guidant Europe NV, Eli Lilly Holdings Ltd., Fitch, Rabobank, KPMG Netherlands, Boer & Croon and Goldman Sachs International.


Philippe Herreweghe

Philippe Herreweghe werd geboren in Gent en combineerde er zijn universitaire studies (geneeskunde en psychiatrie) met een muzikale opleiding aan het conservatorium, waar hij piano volgde bij Marcel Gazelle. In dezelfde periode begon hij ook te dirigeren en in 1970 richtte hij het Collegium Vocale Gent op.

Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten al gauw zijn uitzonderlijke benaderingswijze van de muziek op en nodigden Philippe Herreweghe en het Collegium Vocale uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bach-kantates.

Langzamerhand werd Herreweghe's levendige, authentieke en retorische aanpak van de barokmuziek alom geprezen en in 1977 richtte hij in Parijs het ensemble La Chapelle Royale op, waarmee hij de muziek van de Franse Gouden Eeuw ten uitvoer bracht. Sedertdien creëerde bij nog verschillende andere ensembles, waarmee hij afzonderlijk, of in combinatie met elkaar, een adequate en gedegen lezin


Paul Janssen

Dr. Paul Janssen heeft gedurende 33 jaar in dienst gestaan van Janssen Pharmaceutica als voorzitter en onderzoeksdirecteur. Het bedrijf telt nu 34 internationale vestigingen met wereldwijd zo'n 20.000 werknemers.

Dr. Paul Janssen is in heel de wereld gekend als een uitstekend arts, farmaceutisch scheikundige, uitvinder en mentor voor vele wetenschappers. Tijdens 45 jaar onderzoek en ontwikkeling in zijn farmaceutisch bedrijf heeft hij 100 patenten op geneesmiddelen laten registreren.

Zijn fenomenale bijdragen tot de wereld van de medische wetenschap werden terecht bekroond: 21 keer werd hem een doctor honoris causa overhandigd en 5 keer werd hij geëerd als ereprofessor in 16 verschillende landen. Het totale aantal prijzen, onderscheidingen en benoemingen die hem wereldwijd te beurt gevallen zijn benadert de 100. Daarbij zijn onder meer de International Galenus Prize (voor Risperdal), de Pioneer in Science Award van de National Alliance for the Mentally Ill (USA), de Psychiatric Times' Lifetime achievement Award, de Taylor Manor Hospital Psychiatric Award; de Gairdner Foundation Award, de Discoverers' Award, Pharmaceutical Manufacturers Association, de Award in Medical Chemistry (American Chemical Society), Carothers Award (American Chemical Society), de Distinguished Service Award (American College of Clinical Pharmacology), de benoeming tot ereprofessor in klinische dermatologie aan Stanford University.

Hij is momenteel lid van 20 internationale verenigingen, universiteiten en bedrijven en bekleedt vier maal het mandaat van directeur. Doorheen zijn carrière heeft Dr. Paul Janssen zeer veel kennis bijgebracht aan de farmaceutische wetenschap. Hij is auteur of coauteur van meer dan 800 wetenschappelijke publicaties en heeft meer dan 500 wetenschappelijke lezingen gegeven, in 5 verschillende talen.

Paul Janssen is altijd de verpersoonlijking geweest van een unieke combinatie: briljant wetenschapper enerzijds, succesvol manager anderzijds. Nochtans heeft hij nooit alleen alle verdienste voor zichzelf willen opeisen. Zijn verheffing in de adelstand tot de titel van Baron is niet louter een persoonlijke bekroning maar vooral een gebaar van erkenning van de verwezenlijkingen van alle medewerkers die gedurende jaren hun beste krachten hebben gespendeerd aan het verspreiden van de uitstekende reputatie die Janssen Pharmaceutica in slechts een paar decennia over de hele wereld heeft opgebouwd.

"Ik wil verdergaan met het besteden van mijn energie aan de verbetering van de gezondheidszorg omdat er nog zoveel te doen is."